Neethlinh, Johannes Henoch

 

gebore

4 Des. 1826

OORLEDE

26 Febr. 1904

UNIVERSITEIT

gelegitimeer

1851

ORDEN

1852

standplase

Prins Albert

1858 Stellenbosch

EMERITEER

Johannes Henoch Neethling: Overleden op den 26sten Februarie 1904, in zijn 78ste jaar. Geboren te Stellenbosch, Desember 4, 1826, opgeleid aan het “Tot Nut van het Algemeen,” het Z. A. Athenaeum, en de Universiteit te Utrecht. Was bestemd door zijn oud-oom tot advocaat, doch besloot zich aan den dienst des Heeren te wijden. Werd bij zijn aankomst (1851) beroepen te Pietermaritzburg en te Prins Albert. Stond te Prins Albert zeven jaren. Nam een beroep naar Stellenbosch alwaar zijn medestudenten en boezem-vrienden, John Murray en Nicolaas Hofmeyr, aan de pas gestichte Kweekschool als eerste Professoren waren aangesteld, in 1858 aan. Te Stellenbosch arbeidde hij tot aan zijn dood. Zijn naam zal in gezectende gedachtenis gehouden worden als een der kampvechters voor de Zending, voor de Kweekschool, en voor de Opvoeding. Jaren lang was hij Penningmeester der Zending, – een werk dat hij met bijzondere voorliefde deed, en waaraan hij zijn beste krachten wijdde. Voor de Kweekschool ijverde hij zonder ophouden, en de aanstelling van een derden en een vierden Hoog-leeraar is grootelijks aan zijn onophoudelijk pleiten te danken. Kort na zijn aankomst te Stellenhosch, stichtte met behulp der Professoren, een degelijke school, het Stellenbosch Gymnasium. Later wist hij het te bewerken met de hulp zijner broeders, dat het Victoria College en de bloeiende Meisjesschool, “Bloemhof,” tot stand kwamen. Bij velen was hij in vroegere jaren bekend als de Stellenbossche bedelaar, en niet eenmaal, maar herhaaldelijk heeft hij gezegd, dat, geld te mogen vragen voor Zijn Heer en voor Zijn Rijk, hen een werk van de hoogste eer was. En het was het ook, want hij kon zichzelven vergeten in het hooge doel dat hij voor oogen had. Zijn plaats in Ring en Synode zal niet gemakkelijk gevuld worden. Een waardige personaliteit, nederig, vol van de teederste menschenliefde – zijn huis stond open voor den zendeling, den mede broeder, het gemeente lid, den vriend-is hij een der beste gaven door God aan de Nederduitsche Gereformeerae Kerk geschonken. Zijn voorbeeld vinde onder de jongelieden aan wie hij zooveel heeft opgeofferd, vele navolgers. “ZIJNE WERKEN VOLGEN MET HEM.”