Le Sueur, Franciscus

 

gebore

OORLEDE

1 Mei 1758

UNIVERSITEIT

gelegitimeer

1729

ORDEN

standplase

Kaapstad

EMERITEER

1746

Ds. Francois le Sueur, (1729) Kaapstad 1729-1746, emeritus 1746, obiil 1757.

Ds. Franciscus Le Sueur kwam van Ooyen in Nederland in 1729 naar Zuid-Afrika. Hij werd aangesteld als predikant in de Kaapstad, en begon zijn dienstwerk op 16 Oktober 1729. Hij arbeidde met blijkbare zegen, en kon in 1731 aan de Classis van Amsterdam het volgende gunstige getuigenis omtrent zijn gemeente geven : „De gemeinte aan deese plaats is nog in goeden welstand ; veele naarstige en godvrugtige Kerkgangeren worden er gevonden ; ze bestaat thans uyt bij de drie honderd leedematen, en neemt dagelyx sodanig toe, dat ze binnen korten, dit getal verre zal te boven gaan; behalve een groot getal uyt de broederen Lutteraenen en andere gezindtheeden die niet nalaaten Gods huys naarstig bij te woonen.” Ds. le Sueur stelde belang in de godsdienstige behoeften van de buitendistrikten, en was het eens met de Goeverneur-Generaal van Imhoff, die in 1743 op bezoek was aan de Kaap, dat er in het land van Waveren (nu Tulbagh) en in het Zwartland (nu Malmesbury) nieuwe gemeenten moesten opgericht worden. Hij beijverde zich ook zeer ten gunste van het houden van zogenaamde „klassikale vergaderingen,” die tussen de jaren 1745 en 1759 gehouden werden, en waaraan men behoefte gevoelde met het oog op de nauwere aaneensluiting der gemeenten en groter zelfstandigheid der kerkeraden. Hij bewoog zijn kerkeraad de andere vier gemeenten uittenodigen hun leraren en afgevaardigden te zenden naar de eerste algemene samenkomst, die in Augustus1745 te Kaapstad onder zijn voorzitterschap gehouden werd. Hij was gehuwd met een dochter van Jan Swellengrebel, en toen deze in 1744 stierf kocht Ds. le Sueur in de boedel van zijn schoonvader een klein plaatsje, genaamd Ekelenburg en te Rondebosch gelegen. Tengevolge van die koop was hij krachtens een wet, die een dienstdoende predikant eigendomsrecht twee morgen te bovengaande ontzeide, genoodzaakt ontslag te nemen. Hij bood echter aan in dienst te blijven zonder

traktement tot de aankomst van zijn opvolger uit Europa : „Hebbe,” zo schrijft hij, „met veel teederheid en ontroering van weerzeide van mijne dierbare gemeinte afscheid genomen op den 11den September 1746 met de woorden uit Ephes. 3 : 14-16.” Zelfs nadat hij afgetreden was nam hij dikwels de diensten. waar „niet konnende naelaeten. Jesuskerkbruyd te dienen.” Hij overleed in 1758. Ds. FRANCISCUSLE SUEUR.